Zomaar een zeepaardje





Gloeiende paddenstoelen





Dat er paddenstoelen zijn die gloeien leek me lange tijd een fabeltje van verstokte paddofielen met een te sterke voorkeur voor hallucinerende paddenstoelen. Maar ik moet toegeven, ik heb me vergist. 
Het schijnt dat Aristoteles al oog had voor paddenstoelen met gloeifunctie. En ja, dat laatste was meteen ook de vraag; wat is de functie van dat gloeien?? Aris kwam er niet uit en ook vele wetenschappers na hem konden geen antwoord geven op de vraag waarom 75 van de meer dan 100.000 soorten schimmelvruchtlichamen een groenige gloed verspreiden (met een duur woord bioluminescentie genoemd). En nu zijn de wetenschappers er toch achter gekomen. Eerder viel het de onderzoekers al op dat het gloeien niet zomaar lukraak gelijk was over de gehele dag, maar het sterkst was als het nacht was. Dat bracht ze op het idee om plakkerige nep-paddenstoelen te maken met groen ledlicht er binnen in. Uit het onderzoek bleek dat veel meer mieren, vliegen en kevers aan de plakkerige paddenstoelen vast kwamen te zitten wanneer ze gloeiden. De onderzoekers gaan er nu dus van uit dat de paddenstoel deze insecten lokt om haar sporen effectiever te verspreiden. Dat maakt dat deze gloeiende wondervruchten ook elders uit de grond kunnen schieten.



Huid looien





Al zolang mensen dieren vangen om op te eten heeft die zelfde mens manieren verzonnen om het zachte, warme vel van zijn prooi zo te bewerken dat het bleef zoals het om het dier zat. Als je de huid van een beest wilt looien kun je meerdere manieren gebruiken.  Zo is er een bewerkingswijze met  mest, maar ja dat is niet echt een prettige. Daarom bij deze een beproefde methode om met niet te vervelend bijtende stoffen een huid te looien. Maar ja, de huid zit natuurlijk nog om het dier heen. Als eerste halen we dus de huid van het dier. Dit doe je door met een scherp mes een ondiepe snede op de buik te maken met twee dwarssneden bij voor- en achterpoten. Als je te diep snijd prik je de darmen lek en dat is uiteraard niet de bedoeling. Vervolgens snij je voorzichtig de huid los van het onderliggend vlies en vlees.
De huid wordt nu eerst schoongewassen en vuil en bloed wordt uit de vacht verwijderd. Om dit echt grondig te doen wordt de huid 24 uur geweekt in een 1:25 oplossing water (liters) met keukenzout (gram).*
Na het zoutbadje spoel je de huid goed uit met water. Je kunt nu met een bot mes vet, vlees en vooral bindweefselresten er goed afkrabben. Als je dit niet voldoende doet kunnen de looistoffen straks niet goed doordringen in de huid, dus neem er de tijd voor.
De schone huid kan nu in het looibad.  Je neemt daarbij zo veel heet water dat je aluin, mierenzuur en zout goed oplost. De verhouding van water: aluin:zout: zuur is 1:50:50:25. Het zuur is qua grammen dus altijd de helft van wat je aan aluin en zout toevoegt.
Een beest ter grootte van een konijn kan gelooid worden met 250 gram zout en evenveel aluin, een haas met een hoeveelheid van 500+500 gram, een vos 750+750 gram en een hert met ongeveer 1 kg zout en 1 kg aluin. De huid gaat 4 dagen in de oplossing** en moet je iedere dag een keer doorroeren zodat de looistof overal goed bij kan komen. Na de vierdaagse looimarathon kan de huid eruit en spoel je ‘m goed af. Laat de huid nu drogen in de wind tot deze nog net vochtig is.
Nu komt het opspannen.  Hiervoor gebruik je een raamwerk of een stuk hout met spijkers. De huid wordt zo opspannen dat de wind tussen de huid en de plank door kan, dus niet te korte spijkers nemen. In ‘t midden langs de rand beginnen en steeds ‘de overkant’ ook vastzetten. Mag best goed uitgerekt worden. Het drogen dient zo langzaam mogelijk geschieden. Bij voorkeur droog je ‘m in een redelijk koele ruimte. De looistoffen moeten namelijk in de huid kunnen opdrogen. Dit bevordert de houdbaarheid. De periode van droging duurt 1 á 2 weken. Is de huid door en door droog, dan wordt de gladde binnenzijde voorzichtig opgeruwd met schuurpapier (of puimsteen), eerst een grove korrel en daarna een fijne korrel. Zo worden achtergebleven vliezen verwijderd. Is de leerkant grondig geschuurd, dan snijdt men met een scherp mes de ruwe randen er af. Om het vel zacht te maken rolt men het op, stopt het 24 uur in de diepvries en trekt het dan heen en weer over de rand van een stoel of een tafel. Netjes uitborstelen en dan zit het werk er op! Je kunt nu lekker op je vel gaan zitten.

* er zijn recepten waarbij in dit stadium het zuur al wordt toegevoegd ipv bij het eigenlijke looiproces.

** er zijn recepten waarbij de aluin pas na twee dagen wordt toegevoegd, waarbij het ook op de huid word gewreven. Als je er voor kiest het zuur in een eerder stadium al toe te voegen lijkt het me niet nuttig om 48 uur te wachten.

verdwenen musea



Een oom van mijn vaders kant had een passie voor het verzamelen van vlinders. Alle dagvlinders van Europa had hij in zijn verzameling. Voor de enkele ondersoort die nog in zijn collectie ontbrak ondernam hij samen met mijn tante zelfs speciale reizen. 
Ik vond het zeer bijzonder om, als we naar België gingen op bezoek bij mijn 'vlindergekke' oom, in zijn speciale kamer al die lades met bijzondere vlinders te mogen bekijken. Het was alsof hij zijn eigen museum in huis had. Ja helaas, had. Mijn oom is al jaren terug gestorven en zijn mooie verzameling schijnt geschonken te zijn aan het Naturalis. Ik had graag nog eens met 'm op pad gegaan.
Anne ten Donkelaar verwoorde voor mij heel goed mijn gevoel voor deze eerlijke v(l)inder.

Gezwollen lucht





Iedere beroemde uitvinder heeft successen, maar ook minder briljante ingevingen op zijn naam staan. Zo ook Michael Faraday. Naast het feit dat hij vloeibaar chloor uitvond, en van allerlei belangrijke ontdekkingen deed met betrekking tot electromagnetisme heeft hij de wereld ook opgezadeld met de rubberen ballon. Tot 1824 waren de ballonnen nog steeds van dierlijke ingewanden wat ze niet echt aantrekkelijk maakte voor feestelijk gebruik, maar ze waren in ieder geval licht verteerbaar.  Faraday's ballonnen bestonden uit twee tot een zak aan elkaar 'gelaste' vellen latex rubber en werden al snel erg populair voor een geheel ander vermaak dan experimenten met Waterstofgas. Ze voldeden namelijk uitermate goed als versiering en ook als zoethoudertje voor kinderen. 
Om een ballon te laten zweven of stijgen moet ie gevuld zijn met iets dat lichter is dan lucht. Een licht gas dus. Licht is ook nog wel eens licht ontvlambaar. Na meerdere incidenten met Waterstof en gas uit de gaskraan werd uiteindelijk Helium gekozen als vulling. Hiermee stijgt de ballon tot wel 8 km hoogte alvorens uit elkaar te knallen en ter aarde te storten. Vervolgens dient het rubber als voedsel voor de dieren die met het slecht verteerbare materiaal gratis en voor niets een maagverkleining krijgen tot de dood er op volgt.

Het organiseren van een ballonnenwedstrijd is natuurlijk het hoogtepunt van de ballonnenliefhebber en daar ging het helemaal fout. Dat de ballon ook slecht kan zijn voor de mens bewees een megalomane recordpoging in Cleveland uit 1986. Als publiciteitsstunt voor de stad was bedacht om twee miljoen ballonnen los te laten. Na uitgebreide voorbereidingen was het zaterdag 27 september 1986 zover. Ongeveer 1,5 miljoen ballonnen verkozen het luchtruim met desastreuze gevolgen. De ballonnen ontregelden het luchtverkeer, maar niet heel erg lang. Door een koude luchtlaag vielen de ballonnen bij bosjes in het water en op de grond waardoor de omgeving bedekt werd met alle ballonnen. Als gevolg van de ballonnen ontstonden meerdere auto-ongelukken, maar het meest bizarre van het hele verhaal was wel dat de kustwacht niet uit kon varen om naar twee vermiste vissers te gaan zoeken door een extreem grote hoeveelheid ballonnen op het water. Deze vissers spoelden later aan en neem maar van mij aan dat dat zelfs tussen de resten van de ballonnen geen feestelijk gezicht was.




Jim Lambie




Je kent het wel, van dat kleurige tape, heel geschikt om dingen af te plakken of een vrolijk kleuraccent aan iets toe te voegen.

Je kent het wel, ergens een lijntje omheen zetten, en nog een en nog een.... tot dat de vorm heel anders is geworden.

Jim Lambie, een Schotse kunstenaar, combineerde beide ideeën tot uiterst kleurige kunst. Hij verkent met kleurige tapelijnen ruimtes en brengt ze terug tot een patroon dat lijkt te vibreren van energie.


Kleurig!





zakjebakje





Stel het hebben van kleinkinderen nog even uit en koop nu de meest geavanceerde kuis- en veiligheidsgordel voor uw zoon; Het Zakjebakje 2.5.
Zakjebakje 2.5 is geheel gemaakt van het meest zuivere roodkoper en heeft een sensitief esthetische vormgeving. De Zakjebakje 2.5 is verkrijgbaar in meerdere maten (s, xs, xxs) en is uitgerust met knelbeveiliging. Uitplasvergiet en balzakventilatie-openingen zijn uiteraard geheel geïntegreerd zodat ze een geheel vormen met het unieke design van de Zakjebakje 2.5. Met de Zakjebakje 2.5 behoren impulsieve lustgevoelens gegarandeerd tot het verleden.....



Salamanders


Stap 1: vind een dode salamander die nog niet vergaan is. Gebruik nooit levende salamanders, want die blijven niet liggen (en zijn ook beschermd).


Stap 2: leg 'm op z'n rug en pin 'm vast met kleine speldjes


Stap 3: maak voorzichtig een ondiepe incisie in de lengterichting en eentje in de breedte. Zet de huidflapjes vast met kleine speldjes. Verwonder je over de inhoud.


Stap 4: kook het geheel uit of stop voor wat maanden onder de grond. lijm de botjes in de juiste volgorde aaneen tot een kloppend skeletje. 


Veel plezier..!

Noah Doely






Hee, dit lijkt wel een beetje op een mengeling van wat ik eerder in mijn kabinet opnam. Een snuf Parke Harrison en een drupje Kahn en Selesnick zie je wel terug, maar toch weer anders en dus mag Noah Doely niet ontbreken in m'n verzameling. Wat laten zijn hemels mooie beelden je verlangen om op ontdekkingsreis te gaan.



pascal bernier





Pascal Bernier

gewichtig






Stel je leeft in de 18e eeuw en hebt een zak graan gekocht op de markt van 's-Hertogenbosch. Dan heb je in andere woorden 1 mouwer oftewel 4 schepel aan graan in je bezit. Als je nu paard en wagen pakt en naar Heusden rijdt dan heb je ineens nog maar 3,5 schepel oftewel 112 maatje aan graan over zonder ook maar een korrel verspild te hebben. In Heusden is een schepel namelijk groter dan in 's-Hertogenbosch. Zo gaat het van stad tot stad en van regio tot regio. Overal waren de inhoudsmaten anders van grootte en naam en het zelfde gold voor lengten. Veelal waren de verschillende benamingen ook nog gekoppeld aan een bepaald product, waardoor een kan bier heel anders van inhoudsmaat was dan bijvoorbeeld een kan brandewijn. Het hele zooitje aan maten, gewichten, oppervlaktes en lengtes werd door Napoleon  rond 1820 op de schop genomen. Hij introduceerde de kilogram en de meter. Om gewichten af te meten werd er gebruik gemaakt van standaardgewichten. Om het rommelen met die gewichten te voorkomen werden de gewichten streng gecontroleerd. Iedere keer dat een gewicht goed werd bevonden werd er een letter van het alfabet in het gewicht geslagen. Dat maakt dat oudere gewichten vaak er uitzien alsof iemand ze versierd heeft. Ik vind ze er nog gewichtiger van worden.

walvisjacht





Ooit was het vangen van een walvis van levensbelang voor lokale gemeenschappen in de koudere regionen van onze planeet. Het vangen van een walvis was toentertijd ook een ongemeend gevaarlijke onderneming. Men liet het dan ook wel uit het hoofd om meer walvis te vangen dan men echt nodig had voor eigen consumptie en wat bijproducten waar ruilhandel mee gedreven kon worden.
Schepen en vangmethoden verbeterden echter na de industriële revolutie, waardoor het vangen van een walvis vele malen makkelijker was, veel meer avontuurlijk dan echt gevaarlijk. Dit maakte de weg vrij voor een grotere walvisvangst dan nodig voor lokale behoefte. Walvistraan, baleinen (voor korsetten) en bijvoorbeeld walvisbraaksel als basis voor parfum werden echte walvis-producten waar ook nog eens veel vraag naar was ook.  De walvissen werden hierdoor zo bejaagd dat ze uitgestorven zouden zijn, maar dat gebeurde niet. Al rond 1670 waren rond de Noordpool zo weinig walvissen dat de schepen moesten uitwijken naar andere gebieden. De walvisjacht rond de Noordpool werd commercieel gezien te duur en verlegde zich uiteindelijk naar de zuidpool.
De walvisjacht nam geleidelijk af, maar kende zowel na de eerste als na de tweede wereldoorlog een flinke opleving omdat er aan veel grondstoffen (vooral oliën en vetten) een tekort was. In 1946 was men er echter van doordrongen dat de hoeveelheid walvissen niet oneindig was en werden er quota tussen de landen afgesproken. In 1983 was men er van doordrongen dat ook quota de walvis niet voor uitsterven zouden behoeden. Enkel jacht vanuit wetenschap en traditionele jacht wordt vanaf dan nog toegestaan. De Noren en IJslanders trekken zich niets van de regels aan en jagen nog steeds, de Japanners jaagden jarenlang in naam van de wetenschap, maar ook dit is als het goed is tot een einde gekomen.
Gelukkig hebben we vandaag de dag geen walvis nodig voor een luxe paraplu of een dirigeerstok met een lekkere zwiep. Walvistraan wordt al lang niet meer als olie van de straatlantaarn gebruikt, laat staan als basis voor margarine. We moeten de walvis dus gewoon met rust laten. Kunnen we ook nog tot het einde van onze beschaving onze kinderen lekker het bed in blijven Jonassen.

Olmeekse hoofden





Diep in de moerassige jungle van Tabasco ontdekte José Melgar in 1862 een hoofd. Geen armen, geen lijf en zelfs geen nek werden gevonden. Enkel een heel groot, stenen hoofd van een Olmeekse stijder, zover was wel duidelijk, maar wie hadden dit gigantische hoofd gemaakt en waarvoor diende het? Het was onbekend en José Melgar zelf was trouwens op zoek naar olie in het oerwoud en niet naar een onbekende beschaving. Zijn ontdekking werd dan ook pas in 1896 op waarde geschat toen men al wat meer van de Olmeekse cultuur had gevonden.
In de vele jaren na de eerste vondst werden meerdere hoofden gevonden, in totaal 18 stuks. De geleerden zijn er redelijk over eens dat de hoofden waarschijnlijk portretten van Olmeekse heersers of belangrijke krijgers zijn geweest*, maar hoe ze op hun plek zijn gezet is nog een groot raadsel. Wellicht is dat op te lossen samen met de raadsels rond de beelden van Paaseiland en de piramides in Egypte. De koppen zijn namelijk tot ruim honderd kilometer verplaatst vanuit een steengroeve naar de huidige plekken. Het is grappig om te bedenken dat dit wellicht gedaan is met een techniek die nu volledig verloren is en die helemaal niet past bij de voorstelling die sommige archeologen hebben van de middelen die onze voorouders tot hun beschikking hadden. En dat voor een beschaving die ruim 1000 voor het jaar nul dit alles maakte. De Olmeekse hoofden houden in ieder geval hun kop er over dicht.

* er zijn echter ook mensen die vermoeden dat het de beroemde spelers voor moesten stellen van een balspel wat destijds net zo populair moet zijn geweest als het huidige voetbal.


De messen van Antoine Van Loocke






Antoine van Loocke (voorheen tuinman en beeldhouwer) is een autodidactisch messenmaker van groots formaat. Jaren geleden begon hij met het maken van zijn unieke messen. Eerst in de houtstoof van zijn keuken en later in een krap bemeten werkplaats waar hij met de materialen stoeide en prutste tot hij een mes kon maken. Voor de lemmetten van zijn messen gebruikt hij geen nieuw staal, maar de roestige restanten van afgedankte patattenschellers die hij een nieuw leven geeft. Voor de handvatten van zijn messen gebruikt hij een veelheid aan materialen die ieder exemplaar uniek maakt. Antoine smeed zijn messen op een meesterlijke en ambachtelijke wijze waarbij de schoonheid ‘m zit in de soberheid en ongecompliceerde verfijning van zijn werk. Je zal je aardappels er niet beter mee kunnen schillen, maar met een mes van deze kunstenaar wordt het in ieder geval een prettige bezigheid.

The grand Budapest Hotel





Ik beloof plechtig geen reclame te maken voor de nieuwe film van Wes Anderson. De film heet The grand Budapest Hotel en ondanks dat ik de hele film nog niet gezien heb lijkt het me en is een regelrechte aanrader (mijn excuses voor de reclame). Ik kan het weten want ik heb de film gezien. Echt heerlijk! Voor diegene die wel houden van kolderieke, gestoorde films gedrenkt in een appetijtelijke filmische saus en gesitueerd in een bijzondere omgeving; zij zouden zich zomaar kunnen bedenken om deze film te gaan zien (wederom mijn excuses).

Om tot de bodem van mijn verhaal te komen: Maak nu je eigen Courtesan. Ter verduidelijking; Nee niet een of andere kortgerokte minnares, maar een soort gevulde soesjes. Hieronder het filmpje met de beschrijving.


Tot slot: ondanks dat ik geen reclame wil maken voor de The grand Budapest Hotel hierbij toch maar de link naar hun website: http://www.grandbudapesthotel.com/


p.s: Je kunt natuurlijk ook een van de andere films van Wes Anderson bekijken zoals het beeldschone Moonrise Kingdom. Maar dat is geheel aan u.

Brian Booker





Brian Booker is een echte verzamelkunstenaar. Wat hij bijeenscharrelt gebruikt hij voor zijn kunstige collages, die zowel modern als ouderwets ogen. Het maakt deze curieuze kunst een streling voor het oog.

Meer kunst van Brian Booker op: http://brianbooker.com/artwork



kanarie in de kolenmijn





Kanaries en kolenmijnen zijn een bijzondere combinatie. In vroeger tijden namen de mijnwerkers kanaries mee om te waarschuwen voor brandbaar mijngas (methaangas) en giftig koolstofmonoxide gas. De kanaries gingen namelijk al bij kleine concentraties van het gas van hun stokje. Omdat mijngas lichter is dan lucht hingen ze het kooitje van de kanarie aan het plafond van de galerij waar ze aan het werk waren. Kwam het dodelijke gas vrij tijdens de winning van de kolen dan stierf de kanarie, maar hadden de mijnwerkers nog een korte tijd om zich uit de voeten te maken voordat de zaak ontplofte (In eerste instantie gebruikten ze lampen met een onbedekte vlam), dan wel dat de koolstofmonoxide hen verstikte. Zonder de kanaries zouden er in de mijnen veel meer slachtoffers zijn gevallen. Dit laatste en het feit dat een zingende kanarie ook een prettig gezelschap zal zijn geweest in de verder pikdonkere mijn, maakte dat zelfs de geharde steenhouwers zich konden hechten aan 'hun' kanarie. Een aandoenlijk  bewijs is deze kanarie, genaamd Little Joe, die maar liefst drie jaar lang zijn bijzondere werk voor de de kolen kappende arbeiders uitvoerde. Op 3 november 1875 liet hij het leven, tot groot verdriet van die keiharde werkers. Hoe grof en onbehouwen ze ook ooit afgeschilderd worden, ze hadden een groot hart voor een klein vogeltje.

Cista mystica





"Er was eens een boer in Palestrina...." Zo zou een sprookje over de Cista mystica kunnen beginnen, maar dat doet het niet. De Cista mystica  die we als zodanig kennen (zie bijgevoegd exemplaar) is waarschijnlijk dan ook niet de gedoodverfde 'Kist der Mysteriën' waar men al eeuwen naar op zoek was, maar meer een kunstig samengestelde falsificatie. Tenminste, zover je een voorwerp, waarvan men niet zeker is hoe het er uit zou moeten zien, kunt namaken. Wellicht een beetje warrig begin van een stuk over de Cista mystica, maar echt heel helder is het verhaal dan ook niet.

De Cista mystica is een bronzen container waarop meerdere scènes gegraveerd staan. Afhankelijk hoe je het bekijkt zijn het de dood van Astyanax, de dood van Neoptolemos, of het offer van Iphigenia. Op basis van een van deze scènes, een slang in een mand, werd door Charles Townley (1753-1805), de eigenaar, aangenomen dat deze doos iets te maken zou moeten hebben met de Eleusinische mysteriën. In hun hoogtijdagen vormden de Eleusinische mysteriën in Griekenland en het Romeinse Rijk een belangrijk religieus instituut, maar de inwijdingsriten werden voor het grootste deel geheim gehouden. Een onderdeel van de Eleusinische mysteriën was een mand of kist die eenvoudige voorwerpen met symbolische betekenissen bevatte (uiteraard verboden voor niet-ingewijden). Na vasten en het drinken van een geestverruimende drank genaamd kykeon ontving degene die de inwijdingsriten onderging een voorwerp. Dit voorwerp werd uiteindelijk in een kist geplaatst; de Kist der Mysteriën.

Even terug naar de boer.  Deze boer zou de Kist der Mysteriën gevonden hebben, tezamen met nog enkele voorwerpen, op de site van de tempel van Fortuna Primigenia bij Palestrina. Echter, ze zijn in feite van verschillende data en waarschijnlijk uit een of meer graven. De eerste eigenaar waar de Cista mystica eind 18e eeuw opdook was een zilversmid uit Rome. Deze claimde de kist gekocht te hebben van de boer, maar inmiddels is wel duidelijk dat hij hier en daar het mystieke voorwerp onderhanden had genomen voordat hij het verkocht aan Charles Townley.  Het kunstige voorwerp belandde uiteindelijk bij het British Museum. Daar werd het grondig onderzocht. Vandaag de dag zijn de geleerden er over eens dat de door Townley gekochte kist in feite een container voor cosmetische artikelen moet zijn geweest. Hoe een echte Kist der Mysteriën er uit ziet en of deze nog ooit opduikt, blijft daarmee een mysterie.

bijenraatkunst





Aganetha Dyck  had het gehad met die lelijke porceleine beeldjes. Dat kon zo niet langer, maar hoe verander je zoiets zoets in een serieus kunstvoorwerp? Gelukkig wist deze kunstenares net de insecten die het juiste beeldmateriaal op zouden leveren; Honingbijen.

Ze overgoot de beeldjes met een dun laagje was en plaatste dit vervolgens in een bijenkast. De bijen begonnen de beeldjes te gebruiken als basis voor nieuwe honingraten en plakte met nieuwe was nieuwe elementen aan het beeld. Het levert mooie dingen op zoals een versie van twee kussende beeldjes die geheel verdwijnen in een wolk van raten.

Meer wassen-beeldenkunst is te vinden op de website van Aganetha Dyck . Het is om te smelten!




Alastair Mackie





Ik kan er niets aan doen, schedels groot en klein roepen bij mij een bepaalde fascinatie op. De veelvormigheid van schedels vind ik bijzonder boeiend. Al die kleine gaatjes waar ooit spieren begonnen die voor beweging zorgden, de grote oogkassen, de rare lamellen in de neus (of de mooie snavel in het geval van een vogel), ik kan me er heerlijk over verwonderen. Maar waarom die kop? Nou, ik heb het geduld niet voor het totaal prepareren van een skelet (veel te priegelig, daar begin ik niet aan), maar die kop die stop je voor drie maandjes onder de zoden, even schoon boenen en dan heb je zo weer een mooi exemplaar voor in de kast er bij. Je zou kunnen zeggen dat ik een koppensneller ben.

Alastair Mackie deelt schijnbaar deze koppensnellers-mentaliteit samen met mij. Het aantal schedeltjes in een van zijn kunstwerken moet toch zeker wat tijd gekost hebben om te verzamelen. Zou deze kunstenaar uilenballen uitgepluist hebben, vallen gezet met kaas of is er wellicht een verklaring die veel meer voor de hand ligt? De ongediertebestrijder zal zijn wenkbrauwen wel gefronst hebben bij het verzoek om zo'n 200 dooie muizen... Bekijk meer van deze bijzondere kunstenaar op zijn website.(ik hoop dat ie snel weer werkt, de website was bij het posten van dit verhaal 'under construction')

Natuurfotografie






Tegenwoordig pak je je kleine wonderdoosje en schiet je met gemak de mooiste natuurfoto's. Ooit was dat wel anders.  De belichtingstijd voor een fatsoenlijke foto was lang, in de tussentijd mocht er niets bewegen en vervolgens was er nog het ontwikkelprocedé dat roet in het eten kon gooien. De heren die een simpel vogelnest wilden fotograferen zullen wel flink kramp hebben gehad na het nemen van hun foto. En dan was dit nog maar een vogelnest. Scherpe foto's maken van vliegende vogels was er nog lang niet bij, dus waren (en zijn) vogelboeken vaak voorzien van illustraties in plaats van foto's. Als je de foto's uit die tijd met deze kennis bekijkt zijn ze veel meer dan die grijsbruine foto's. Ze zijn bijzondere hoogstandjes uit het verleden.






Gouden Kokerjuffers






Ach wat is ze toch mooi. Niet de Kokerjuffer zelf (echt een schoonheid is het niet) maar het fantastische huis wat ze gebouwd heeft. Hubert Duprat is de bedenker van de levende kokerjuffersieraden. Hij zette de wetenschappelijke experimenten van François-Jules Pictet uit 1835, om in kunst. Pictet onderzocht in hoeverre Kokerjuffers andere materialen gebruiken dan de natuurlijk aanwezige materialen. Navolgers, zoals Jean-Henri Fabre, lieten de Kokerjuffers kokers van rijstkorrels en glazen kralen bouwen. In 1980 liet Hubert Duprat zich inspireren door goudzoekers bij de rivier de Ariège. Zouden er ook gouden Kokerjuffers leven in die rivier? Gouden Kokerjuffers, dat zou een mooi gezicht zijn.

Zo gedacht, zo gedaan. Exemplaren van de families Limnephilidae, Leptoceridae, Sericostomatidae en Odontoceridae werden gevangen en op zachthandige manier uit hun natuurlijke huisjes gezet. In hun nieuwe onderkomen vonden de Kokerjuffers nieuwe materialen, om te beginnen goudvlokken. Hiermee konden de sieraden in spe een nieuw bouwsel maken. Om dat te doen verbindt de larve de materialen met een zijden draad. Door een spiraalvormige beweging te maken creëert de larve zijn koker. Het materiaal wordt vastgezet en de binnenkant bekleed met zijde. Wel zo fijn voor het weke lijf wat de koker beschermt. Door ook kralen van turkoois, opaal, lapis lazuli en koraal, alsmede robijnen, saffieren, diamanten, parels en kleine staafjes goud aan te bieden, verfraaid de Kokerjuffer zijn koker op natuurlijke en magnifieke wijze. Dat een menselijke kunstenaar ze daarbij helpt en ietwat stuurt doet niets af aan het wondermooie zo niet schitterende resultaat.

De Kokerjuffer is zoals gezegd een larve. Ze leeft ongeveer een jaar onder water waarna ze zich verpopt. Na het verpoppen zwemt de vlinder naar de oppervlakte. De schietmot die verschijnt is een effen bruin of grijs gekleurde vlinder die zich voortplant en binnen enkele weken sterft. Het is een zomaar grijs einde voor een in kunde groot bouwmeester en mozaiekkunstenaar. Het bevestigd maar weer eens dat het niet alles goud is wat er blinkt.

Vliegende Vis






Vliegende vissen (Exocoetidae) zijn zeevissen die tot wel vijfhonderd meter kunnen vliegen. Er bestaan er wel zeventig verschillende en allemaal verruimen ze zo nu en dan het ruime sop voor de blauwe lucht.
Waar andere vissoorten kleine borstvinnen hebben om een beetje te sturen en rond te kanbbelen, zijn de borstvinnen (en soms ook de bekkenvinnen) van vliegende vissen ongewoon groot. Deze vinnen kunnen de vissen plat vouwen en uitspreiden al naargelang ze onder of boven water zijn.

Om te vliegen moeten de vliegende vissen op grote snelheid direct onder het wateroppervlak gaan zwemmen. Hierbij worden de vinnen dicht bij het lichaam gehouden. Als vliegende vissen uit het water springen, spreiden ze hun vinnen om zo lang mogelijk te kunnen zweven. Net boven de golven is de luchtweerstand het kleinst, dus de vis blijft relatief dicht bij het wateroppervlak. Eenmaal boven het water kan een vliegende vis ook een serie glijvluchten achter elkaar maken. De vis zet zich hierbij van het water door met zijn staart op het water te slaan, om zich zodoende met kracht af te zetten voor een nieuwe glijvlucht.

Het blijft voor onderzoekers een raadsel waarom vliegende vissen soms de lucht boven de zee verkiezen. Een van de theorieën is dat de vissen vluchten voor roofvissen. Een andere theorie is dat de dieren energie besparen door af en toe een stukje te 'vliegen' . Het houd de wetenschap bezig, maar het zal de vliegende vis worst wezen (of liever plankton, want dat eet hij graag).

pinacotheek







Een pinacotheek of op z'n sjiek Pinacotheca stamt nog uit de Romeinse tijd. In de tijd van de grote Romeinse keizers had vrijwel elke vermogende Romein zijn eigen pinacotheek, oftewel kunstverzameling. De verzameling bestond veelal uit geschilderd werk, maar er werd ook gepronkt met beeldhouwwerk en mooie geschriften. in de 17e eeuw werd het weer erg mode om je rijkdom te tonen door wanden van de voornaamste zaal of gallerij (brede gang) in het huis van boven tot onder te stofferen met dure schilderijen, iets wat dan ook volop gedaan werd. Op legio schilderijen staan pietepeuterige figuren in dure gewaden zich te vergapen aan een magnifieke wand vol met schilderijen. Voor elk wat wils!


zuurzak








Guanabana heeft niets met de Muppetshow te maken. Het bekt wel lekker op dit liedje. Nee, het is een exotische vrucht met een bijzonder lekkere fris zoet-zure smaak. Omdat het heel moeilijk is om uit te leggen hoe lekker, is proberen het devies. De groene vrucht met helder witte binnenzijde en grote zwarte pitten wordt echter niet zo vaak in Nederland verkocht. Zuurzak is niet goed te exporteren (grote kans dat er ook gewoon te weinig vraag naar is) en kun je in herkenbare vorm eigenlijk enkel in blik kopen. Ik weet niet of dit qua smaak bij de real thing in de buurt komt, maar ja wat doe d'r an. Niet veel waarschijnlijk. Appelsientje heeft wel iets gemixt met Guanábana, maar dat smaakt in de verste verte niet naar Guanábana, Jammer. De toko is de aangewezen plek voor de zuurzakliefhebber. Hier zijn, als we de berichten mogen geloven, de eerder genoemde blikken en ook zuurzakpoeder te verkrijgen. In Costa Rica hebben ze in de supermarkt ook Guanábana oplosdrink. Gewoon koel water bij het poeder en genieten maar. Heerlijk! Wij zullen het moeten doen met een recept. Zuurzakijs voor met z'n vieren, maar maak voor de zekerheid alvast de dubbele hoeveelheid..... Succes!




1 blik zuurzak*
125 ml slagroom


Pureer de zuurzak met vocht en al zo recht uit het blik. Meng de puree met de slagroom. Schep het mengsel in een bak en zet luchtdicht afgesloten in de vriezer. Het ijs heeft ongeveer drie uur nodig om tot iets ijzigs te bevriezen, maar om te voorkomen dat je opgescheept zit met een solide blok ijs moet je om het uur de ijskristallen in het mengsel kapot breken. Hierdoor krijgt je ijs een mooie structuur. Een half uurtje voor gebruik uit de vriezer zetten en genieten maar!




* zuurzak is verkrijgbaar bij de Japanse supermarkt. Tenminste, dat is zo in Eindhoven aan de Kruisstraat. Daar zit deze bijzonder smakelijke vrucht echter niet in blik maar met vruchtvlees en al ingevroren in een bekertje in de vriezer.


Er zijn ook recepten waar in de plaats van slagroom, melk (5 kopjes) en suiker (1,5 kopje) wordt gebruikt. Daar moeten dan wel twee blikken met zuurzak bij. Als dat te zoet wordt kan je wat citroensap toevoegen. Het ijsmengsel kan natuurlijk ook in een ijsmachine, maar die moet je dan wel toevallig een hebben staan...

spataderen





Soms ben je nieuwsgierig naar iets wat je later zomaar zou kunnen overkomen. Zo was ik vroeger gebiologeerd door de rare aderen op de benen van mijn oma. Het waren natuurlijk spataderen, maar wat het was, hoe het ontstond en of je er iets aan zou kunnen doen daar had ik natuurlijk toen nog geen idee over. Tijd voor een onderzoek dus.
Spataderen zijn in feite slappe aderen die door lekkende aderklepjes plaatselijk breder zijn geworden. Het zit namelijk zo. Bloed wordt door het hart rondgepomt, maar strtoomt natuulijk moeilijker omhoog dan omlaag. Om te voorkomen dat het bloed na een hartslag terug naar beneden stroomt, zijn de aderen om de tien centimeter van kleppen voorzien. Deze kleppen sluiten de ader na elke pompbeweging af. Sluit de klep niet goed door druk of uitlubbering dan lekt er bloed terug naar beneden, waardoor daar de druk weer toeneemt, met als gevolg een lekkende klep, en zo voort. Hierdoor ontstaan de kleine spataderen, ook wel takkenbosvenen genoemd, maar op termijn ook de dikke kronkelende knobbelige spataderen. 

Spataderen zijn niet mooi, maar ook nog eens ongezond omdat het bloed zijn afvalstoffen minder goed kan afvoeren. Daardoor kun van allerlei kwalen krijgen waar ik nog even niets van wil weten. Waarschijnlijk krijgen astronauten nooit spataderen. Zwaarte kracht is namelijk een grote boosdoener. Mannen wees blij, vrouwen hebben veel meer last van spataderen (een grap over de sterkte van het geslacht had hier goed gepast). Dikke mensen drukken zwaar op hun aderen en ouderdom komt met spataderen. Is er dan niets te doen aan deze uitspattingen?

Jawel. Zwemmen, joggen en wandelen helpt, net zoals niet te lang stil staan of zitten. Gevarieerd eten houd de aderen schijnbaar ook soepel. De voeten en benen van beneden naar boven af spoelen met koud water na het badderen schijnt ook goed te werken. Over steunkousen en gemakkelijke platte schoenen hoef ik nog even niet na te denken. Nou, goed te weten waar ik over tig jaar aan moet gaan denken (er van uitgaande dat ik onthoud dat ik dit stukje had geschreven)

Related Posts with Thumbnails